Getest: Moto Guzzi V7 III Special

Schijn beDRIEgt.

Lekker oppervlakkig alle retro’s over één kam scheren, alsof ze allemaal hetzelfde zijn, lijkt zo gemakkelijk. Alleen, als die vlieger bij één motor niet opgaat, dan is het deze Moto Guzzi V7 III Special wel.

Allicht leunt het ontwerp op de motoren van de jaren zestig en zeventig, maar ook toen was de Italiaanse motorfiets anders en die traditie zet de Guzzi V7 fier voort. Kijk alleen maar naar die prachtige tank, maar er zijn meer details die hem afmaken. De uitlaat is net iets langer en dikker dan voorheen; Euro 4 ziet immers ook voor het mooiste meisje van de klas niets door de vingers. Het geluid heeft daarbij wel wat aan volume en klank ingeboet. Onder het rijden roffelt het prima, zoals het een Guzzi betaamt: met wiegende cilinders in plaats van heupen. Alleen klinkt boven het stemgeluid uit de chromen pijpen uit iets wat kan worden omschreven als gehuil. Het zou prima kunnen op een moderne vloeistofgekoelde Japanse machine, maar zeker van een karakterbak als deze verwacht je nog liever een tik uit het blok dan dat het uitlaatgeplof wordt overstemd door zeurend gezoem. Behalve die muzikale domper val je met de V7 vooral met je neus in de boter. Het voelt vanaf het eerste moment aan als een oude motor, maar dan in positieve zin.

Laaiend enthousiast
En dan te bedenken dat dit inmiddels Moto Guzzi’s instapper is, terwijl het vroeger de grote jongen was. Toch zul je blij verrast zijn wanneer je de koppeling voor het eerst laat opkomen. Alle 52 pk’s zijn laaiend enthousiast en zetten er meteen de gang in. Eenmaal op gang wijst het rode lampje in het simpel ogende dashboard je erop dat het tijd is voor een versnelling hoger. Zo eenvoudig als het dubbelklokkige dashboard eruit ziet, biedt het je alle informatie die je nodig hebt. Denk daarbij aan een versnellersverklikker, een klokje, buitentemperatuurmeter, gemiddeld en huidig verbruik en gewoonlijke zaken als de kilometerstand en een tripmeter. Sterker nog: er is zelfs traction control aanwezig. Zo koppelrijk als hij van onderuit is, licht het lampje toch zo nu en dan op. Al komt dat waarschijnlijk meer door de Pirelli-banden.

Het bochtige spul
De V7 III is de perfecte motor om lekker mee te kachelen en bochtjes te ronden. Doordat de zit nog net wat lager is geworden, is de enige beperking in je sturen het schrapen van de steunen. In het bochtiger werk is de zit prima, lekker rechtop en klaar voor de actie. Wanneer je langer in het zadel zit, begint de onderrug vroeg of laat te zeuren, maar niet door de schokdemping rondom. Zowel knieën als ellenbogen staan namelijk onder een haast perfecte hoek van negentig graden, wat bepaald niet actief is. Van je benen en armen zul je dan ook geen last krijgen, maar omdat je jezelf totaal niet kunt opvangen, hoopt de uitwerking van kleine hobbels zich gaandeweg toch op. De snelweg mijden is dan ook het credo, want daar ben je je eigen pret aan het bederven. Op de optimistische teller tikt hij de tweehonderd kilometer per uur dan wel aan, maar verder valt er weinig lol aan te beleven.

Nog een rondje
As je de verleiding niet kunt weerstaan toch het langgerekte asfaltlint van de snelweg op te zoeken, loop je er niet op leeg. Nee, de V7 III is niet goedkoop in aanschaf, maar qua rijden valt het wel mee. Snelwegritten leverden een gemiddeld verbruik op van niet meer dan 1 op 19,38. Op binnenweggetjes daalde het verbruik tot een erg vriendelijke 1 op 24. En de tank mag dan niet heel corpulent ogen, klein is hij met de 21 liter toch echt niet. Het leverde hem tijdens onze testperiode een theoretische actieradius van ruim 425 kilometer op. De Guzzi bespaart je vooral bezoekjes aan de pomp met die enorme brandstoftank. Enig nadeel is een ontbrekende brandstofmeter, want je bent aangewezen op enkel een waarschuwingslampje. Een klassieke schone dame mét karakter, die eenmaal op gang maar door lijkt te willen gaan en ook nog eens behoorlijk maat weet te houden met de drank. Hier kun je dus echt mee thuiskomen. Al is nog een rondje om de kerk natuurlijk veel leuker.

Tekst: Nick Enghardt, foto’s: Jesse Kraal

Dit artikel is geplaatst in: Nieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Op dit item zijn (nog) geen reacties.