Getest: BMW K1600B Bagger

Bagger en perfectie.

Rondom de bagger-scene hangt een zweem van eigenbouw en vieze handen. Verwacht op deze fabrieksbagger echter geen rauwe randjes, want de K1600B wordt doodleuk geserveerd met dynamisch ESA, zadelverwarming en een elektrische ruit. Bagger? BMW denkt er anders over en vertrouwt op de al bewezen basis waarop de GT en GTL hun reputatie van stevige stuurders hebben gevestigd. Daarnaast ademt de K1600B geen enkel sprankje eigenbouw, terwijl de Harleys, Guzzi’s en Indians in de baggerwereld dat wel doen. Een losse Batman-topkuip? Of accessoires die overduidelijk na de massaproductie zijn gemonteerd? Nee, het is een machine die al op de tekentafel uit één stuk hout lijkt gesneden. 

Lui en comfortabel
Hoewel de gehele machine overduidelijk afkomstig is uit de BMW-zescilinderfamilie, is het in het zadel een heel ander verhaal. De zitpositie is duidelijk anders, mede doordat het zwarte stuur zich onderdanig uitstrekt naar de bestuurder. Het is een zitpositie die er wezen mag. Echt actief is het niet, gewoon lekker lui. Van de elf knoppen op de linker stuurhelft, zijn er negen te bedienen zonder mijn hand van het stuur te halen. Slechts om de optionele achteruitversnelling of mistlampen te activeren, moet je hand even van het stuur. 

Het geluidssysteem heeft een bagger-upgrade gekregen, al merk ik eerlijk gezegd weinig vooruitgang. Wat dat betreft hebben de audiosystemen van Harley nog altijd een flinke voorsprong. De bediening en Bluetooth-connectiviteit op de BMW zijn wel heerlijk, met het inmiddels bekende draaiwiel aan de linker stuurhelft. Bij het paneel voor mijn linkerbeen vind ik nog wat resterende knopjes, maar die gebruik je in de praktijk eigenlijk nooit.

Trek het remhendel even héél stevig aan en de machine houdt de rem automatisch vast. Pas als je de koppeling laat opkomen, gaat de rem er gedoseerd af. Dit is nu echt één van de verfijnde opties die de K1600B onderscheidt van elke concurrent. De achteruitversnelling hoort daar ook bij, net als de 12V-aansluiting in de koffers, hand- en zadelverwarming, adaptieve verlichting en zelfs centrale vergrendeling voor de gestroomlijnde koffers. Je kunt het zo gek niet bedenken of BMW biedt het je wel op deze B.

Kalm aan
Stralend middelpunt is en blijft de fabuleuze 160 pk sterke zescilinder. Naadloos en bullig van onderuit en angstaanjagend sterk bovenin, waarbij de optionele autoblipper (op- en terugschakelen zonder koppeling) je het gevoel geeft op een superbike te rijden. Het verbruik in deze test komt uit op 1 op 20,9 en dat is uitstekend. Slechts de trage gasreactie speelt me zo nu en dan parten en dat is voor het eerst op deze K-serie. Dat ik op deze B veel rustiger rij, heeft te maken met de geringere windbescherming, de relaxte zitpositie, de treeplanken, maar vooral met de Cruise-optie van het dynamische veersysteem. Het tovert het zo sportieve rijwielgedeelte om tot een zwevend tapijt dat zijn weerga niet kent. De veerwegen worden uitermate goed benut en daarmee mijn rug keurig ontlast. 

Het cliché van de kilo’s die al rijdend als sneeuw voor de zon verschijnen, geldt ook in behoorlijke mate voor de BMW. Toch mogen de bijna 340 rijklare kilo’s niet onvermeld blijven. Tja, beter had BMW ze niet kunnen verdelen, maar het is en blijft een enorm gewicht, dat al manoeuvrerend de nodige zweetdruppels oplevert. 

Conclusie
Tot in de kleinste details biedt deze BMW perfectie. Alles wat luxe is, heeft de K1600B. Wat dat betreft is hij meer toermotor dan stoere bagger. Slechts op enkele kleine puntjes heeft hij wat effectiviteit ingeleverd om er stoer uit te kunnen zien. In de koffers past slechts nog een pothelmpje en de windbescherming is ietwat minder, maar toch nog gewoon erg goed. De rijbeleving is ondanks zijn lijnmotor fabuleus, zo’n zescilinder blijft fantastisch. Slechts de ietwat trage gasreactie bij laag toertempo vind ik storend. Tel daarbij nog het stevige gewicht en we hebben het muggenziften wel gehad. Ach vooruit: de prijs is ook schrikbarend. € 26.394 kost hij, en dan heb je nog geen treeplank of achteruitversnelling. Wij reden hem aangekleed, zoals hij moet zijn, en dan betaal je € 32.381. Tja, voor een toermotor zou je het betalen…

Tekst: Eddie de Vries, foto’s: Jarno van Osch

 

Dit artikel is geplaatst in: Nieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Op dit item zijn (nog) geen reacties.